Als alles voor elkaar lijkt maar je voelt je van binnen angstig en onrustig..
Waar komt dat vandaan?
En wat is het dat je kunt doen als je zenuwstelsel voortdurend op hol slaat?
Dan is je prioriteit 1: zorg voor je veiligheid
Soms is het te herleiden naar je jeugd en hoe paradoxaal ook, zelfs als je over beschermd bent opgevoed.
Met enige nieuwsgierigheid is het de moeite waard om dit te onderzoeken.

Wat zeggen de feiten en wetenschap hierover?
In Slow Kids zegt Carl Honoré het volgende over:
Het opsluiten van kinderen vernauwt hun horizon doordat ze van de samenleving worden afgeschermd. Je leert je buren of de buurtwinkelier niet kennen als je overal met de auto heen gaat. Over beschermde kinderen lopen ook gemakkelijker elementaire straat wijsheden mis, wat misschien de reden is dat van alle leeftijdsgroepen jonge tieners het vaakst door auto’s worden aangereden.
Psychologen denken dat als kinderen over beschermd worden, als elk moment van de dag geregeld en gecontroleerd wordt, ze later gemakkelijk angstig worden en risico’s vermijden. Hersenscans ondersteunen het allang bekende feit dat ongeveer 15% van alle kinderen een aangeboren neiging tot angst en verlegenheid heeft. Langetermijn onderzoek laat nu zien dat meer dan de helft daarvan overheen groeit. Waardoor? Deels door de opvoeding: als ouders bemoedigend en optimistisch zijn en risico’s in het dagelijks leven durven nemen, dan kruipt het angstige kind uit zijn schulp.
Kinderen die in de watten worden gelegd kunnen later naar de andere kant doorschieten, naar de turbo sensatie van drugs, seks, gevaarlijk rijgedrag of geweld. Misschien is dat een reden dat alcohol -en drugsmisbruik, zelfverminking en angst tegenwoordig het vaakst voorkomen bij kinderen uit het type welvarende gezinnen waar veiligheid voorop staat.

Michael Ungar is klinische psycholoog en onderzoeker op het gebied van sociale en psychologische veerkracht en hoofdonderzoeker van het Resilience Research Centre aan de Dalhousie University in Halifax, Canada.
Hij schreef o.a. het boek Too Safe for Their Own Good waarin hij de neveneffecten van over beschermen beschrijft:
‘De ironie van het geval is verschrikkelijk. Door de enorme poging om risico’s uit het leven van kinderen te elimineren maken we hen angstiger. Ook op lange termijn kunnen ze er minder veilig en minder succesvol van worden, doordat ze de voordelen van het nemen van risico’s niet kennen’.
Michael Ungar doelt hier op onderzoek dat doet vermoeden dat het geluk met de stoute is: wie zelfvertrouwen heeft en risico’s durft te nemen, heeft minder kans op ongelukken van welke aard dan ook.
Vroeguhr..
Vroegere generaties herinneren nog wel de vrijheid die je ervaarde als kind, uit het zicht van je ouders ,eindeloos struinen ,op zoek naar stokken om hutten te bouwen en appels uit de boomgaard te plukken. Of hele tochten op de fiets door de buurt maken.
Het besef dat kinderen misschien nu een erg afgebakend leven hebben. Ze mogen niet altijd zonder volwassenen naar school gaan, naar het huis van een vriendje om te spelen of de straat oversteken. Nu is het avontuur vooral binnen met games en tv programma’s.
Feiten op een rijtje..
Als overdadige bescherming het probleem is, wat is dan de oplossing? Hoe ontkomen we aan de angst cyclus? Stap 1 is de hysterie op de achtergrond wegfilteren en goed naar de feiten kijken.
1e feit :De wereld is voor kinderen veiliger dan ze ooit is geweest. Fatale verwondingen bij kinderen zijn in de ontwikkelde landen de afgelopen 30 jaar gehalveerd.(Tussen 1970 en 2000 is het aantal Britse sterfgevallen bij ongelukken onder minderjarige gedaald van 17,5 naar 4,5 per 100.000 inwoners).
2e feit: Onze paniek rond vreemdelingen angst strookt niet met de statistieken. Toevallige pedofilie aanvallen zijn uiterst zeldzaam: vreemdelingen zijn niet het belangrijkste gevaar voor onze kinderen. Een kind krijgt veel eerder te maken met geweld of seksueel misbruik door zijn eigen ouders of familieleden.
3e feit: Kinderen binnen opsluiten of hen op de achterbank overal heen rijden is niet zo veilig als we denken. Duizenden kinderen krijgen thuis een ongeluk .En in veel landen overlijden nu meer kinderen bij een verkeersongeluk als passagier dan als voetganger. Er is overal gevaar: het is zaak om de juiste balans te vinden.
4e feit: Kinderen zijn veel veerkrachtiger en steviger dan we denken .Ondank dat de vroeger jaren vormend voor het leven zijn, wordt je door een paar klappen niet voorgoed getekend ;je kunt er zelfs sterker van worden(In een recent Deens onderzoek bleek geen verband tussen jeugdtrauma’s en kwaliteit van leven als volwassenen)
5e feit :Kinderen zijn vaak redelijker, competenter en vaardiger in de omgang met risico’s dan we denken. Kijk eens hoe de jeugd het doet in de ruwste uithoeken van ontwikkelingslanden. Bij de Fulani in West Afrika gaan meisjes al op hun 4e het dorp uit om brandhout en water te halen. Veel Braziliaanse straatkinderen overleven een reeks gevaren die de gemiddelde westerse ouder het koude zweet doet uitbreken; ondervoeding, bendegeweld, vijandige winkeliers, seksule achtervolgingen, corrupte politie, en drugshandelaars.
Zoals de 19e -eeuwse Engelse schrijver Samuel Butler grapte: ’Jonge mensen hebben een geweldig vermogen om ofwel te sterven of wel zich aan de omstandigheden aan te passen’.
Dus kijk eens hoe goed kinderen omgaan met risico’s in het rijke, zenuwachtige Westen, als ze even de kans krijgen.
